Visserijkundigonderzoek

Samenvatting visserijkundig onderzoek in Het Bildt

Op 22 en 23 maart 2005 is op verzoek van HSV de Deinende Dobber en de Federatie Friesland van Sportvissers Verenigingen door de OVB een visserijkundig onderzoek uitgevoerd in de Bildtse wateren. Hierbij zijn de soortensamenstelling, de lengte-opbouw van de verschillende vissoorten, de groei en de conditie van de gevangen vis vastgelegd. De visstandbemonstering werd uitgevoerd met zegens en een elektro-visapparaat.

Tijdens de visstandbemonstering is een soortenrijke visstand aangetroffen, met brasem, blankvoorn en kolblei als meest voorkomende vissoorten en snoek en snoekbaars als belangrijkste roofvissoorten. De brasem en blankvoorn verkeerden in een ruim voldoende conditie, duidend op een voldoende aanbod van visvoedsel. De beschikbare hoeveelheid voedsel is echter niet toereikend om daarnaast een gemiddelde groei te bewerkstelligen. Het aanbod van dierlijk plankton, wat vooral door jongere vis als voedsel wordt benut, lijkt relatief laag.

Het voedselaanbod voor grotere vis, in de vorm van macrofauna, lijkt zeer redelijk. Factoren die een negatieve invloed uitoefenen op de kwaliteit van de visstand en de overleving van (jonge) vis zijn het gevoerde peil- en maaibeheer, de geringe diepte van de kleinere watergangen en de plaatselijk weinig gevarieerde inrichting van het water. Ook de aanwezigheid van aalscholvers heeft negatieve gevolgen voor de visstand.

De gevolgen van de wegvraat van vis zijn in de lengte-opbouw van de verschillende vissoorten (nog) niet zichtbaar, maar tijdens de visstandbemonstering werden op een aantal vissen duidelijke sporen van aalscholvervraat waargenomen. Voor een optimalisering van de visstand zijn een aantal maatregelen aan te bevelen. Bekeken kan worden in hoeverre het peilbeheer en het maaibeheer ten behoeve van de visstand kunnen worden aangepast.

Daarnaast worden in het rapport enkele inrichtingsmaatregelen worden besproken, zoals het herinrichten van bepaalde oeverdelen, de aanleg van zijwateren en het verdiepen van een aantal kleinere watergangen. Aanbevolen wordt verder om de karperstand actief te beheren en om een hengelvangstregistratie op te zetten. Er zijn In totaal 30 karpers gevangen, wat gezien de geleverde visserij-inspanning weinig is. Gesteld kan dan ook worden dat de karperbezetting in de Bildtsewateren relatief laag is.

De karperbezetting bestaat bovendien vrijwel geheel uit grote, oudere schubkarpers. Jonge exemplaren en andere beschubbingstypen zijn niet aangetroffen. Een dergelijke karperstand wordt vaak aangetroffen in wateren waar sinds lange tijd niets aan het beheer van de karperstand is gedaan. In Nederland vindt natuurlijke voortplanting van karpers vrijwel nergens plaats, waardoor regelmatige uitzettingen noodzakelijk zijn om een karperstand te laten voortbestaan Samengevat kan worden gesteld dat de Bildtse wateren een soortenrijke visstand herbergen, met blankvoorn en brasem als meest voorkomende vissoorten.

De aangetroffen visstand komt overeen met de visstand zoals die op grond van de typering als brasem-snoekbaars/blankvoorn-brasemtype kan worden verwacht. Het aanbod van dierlijk plankton, wat vooral doorjongere vis als voedsel wordt benut, lijkt relatief laag. Het voedselaanbod voor grotere vis, in de vorm van macrofauna, lijkt zeer redelijk.

Wil je het hele onderzoek lezen? Klik op bestand (PDF)