Vis en Water

De Bildtse wateren maakten van oorsprong deel uit van de Friese Boezem. In het kader van de
Deltaplannen zijn de wateren begin jaren ’70 afgekoppeld van de boezem, en tegenwoordig wordt het overtollige (regen) water middels het Miedemagemaal richting Waddenzee afgevoerd.

Ook is er sindsdien een peilverlaging doorgevoerd, die er lange tijd voor heeft gezorgd dat er op veel plaatsen niet meer dan 60 centimeter water stond. De grotere watergangen in het gebied zijn in 2002 gebaggerd en op een diepte van één tot anderhalve meter gebracht. De kleinere watergangen zijn echter nog steeds erg ondiep, en sommige sloten vallen zelfs regelmatig droog.


Na het baggerwerk zijn de oevers van de watergang voor het gemaal geheel beschoeid. In de overige watergangen worden beschoeide oevers afgewisseld met natuurlijke oevers, of is slechts één zijde beschoeid. De waterplanten-begroeiing is beperkt. Op een aantal plaatsen is langs de oever een smalle strook bovenwaterplanten aanwezig.

De bodem van het water bestaat uit klei. In de zijwatergangen en sloten ligt op de kleibodem op veel plaatsen een vrij dikke modderlaag. Doordat het uitmalen van water effectief en doelmatig wordt uitgevoerd kunnen er hoge stroomsnelheden en turbulentie ontstaan. Bovendien kan het waterpeil gedurende het uitmalen wel tot 30-40 centimeter dalen.

Informatie downloads:

Visserijkundig onderzoek: Rapport visserijkundig onderzoek Het Bildt uit 2005.
Artikel over ondiepe wateren mbt visstand: Vis en watermagazine deel 1.
Projectvoorstel van Wetterskip Fryslân: Verbetering visintrek Friese kust